adviezen > regionale ser'en: brede welvaartsgroei in alle regio's

Advies: Regionale SER'en: Brede welvaartsgroei in alle regio's

De landelijke SER zou het streven naar een brede welvaartsgroei centraal moeten stellen in haar sociaaleconomische advies voor de nieuwe Kabinetsperiode. Dat schrijven de SER’en van Brabant, Noord-Nederland, Overijssel en Zeeland in hun gezamenlijke advies, dat op 19 november is aangeboden aan SER-voorzitter Mariëtte Hamer. Een meer gelijke verdeling van de brede welvaart over de regio’s is alleen maar mogelijk als er in het nieuwe Kabinetsbeleid ruimte is voor specifiek regionaal beleid.

Regionale SER’en breken lans voor meer regionaal maatwerk in landelijk beleid

Meer aandacht voor brede welvaartsgroei in alle regio’s


De regionale SER’en constateren dat het huidige landelijke beleid vaak teveel toegesneden is op de situatie in dichtbevolkte gebieden, zoals de Randstad. Zo pakt bijvoorbeeld de huidige bekostigingsmethodiek in de zorg en in het onderwijs niet gunstig uit voor de dunbevolkte regio’s. Daarom houden de SER’en een pleidooi om bij de vaststelling van het landelijke beleid meer rekening te houden met specifieke karakteristieken van de verschillende regio’s. “Het landelijke beleid dient alle regio’s in staat te stellen een brede welvaartsgroei te realiseren, zodat het landelijke gemiddelde ook hoger wordt”, aldus Harry Webers, voorzitter van SER Overijssel.

Mariëtte Hamer reageerde positief op het advies van de regionale SER'en: “Ook de ‘Haagse’ SER streeft naar brede welvaart voor zoveel mogelijk mensen. Vanuit de landelijke politiek wordt vaak vergeten dat nationaal beleid op regionaal niveau heel verschillend kan uitwerken. Dat is terecht de rode draad van dit advies. Veel van de aanbevelingen die de regionale SER’en doen, passen goed bij de lopende trajecten en komen terug in ons eigen middellangetermijn advies. We zullen daar dan ook zeker gebruik van maken”. 

Dat is terecht de rode draad van dit advies - Mariëtte Hamer

Drie speerpunten

In het advies verduidelijken de regionale voorzitters hun boodschap aan de hand van drie speerpunten: structurele inzet op een duurzame economie, een wendbare en inclusieve arbeidsmarkt en extra aandacht voor de kwaliteit van leven. Het streven naar een meer gelijke brede welvaartsgroei loopt als een rode draad door het advies. “Bij brede welvaart gaat het niet alleen om economische groei, maar ook om de sociale (welzijn) en ecologische aspecten. Er is pas sprake van brede welvaartsgroei als er op al deze drie aspecten positief wordt ‘gescoord’”, zegt Luit Ezinga, voorzitter van SER-Zeeland.

Duurzaamheid

Op het gebied van duurzame ontwikkeling roepen de SER’en op tot een voorspelbaar en consistent landelijk beleid, waarbinnen de regio’s en ondernemers hun duurzame projecten en plannen kunnen ontwikkelen. “De coronacrisis kan geen excuus zijn om de teugels te laten vieren. Doelen op het gebied van klimaatadaptatie, verduurzaming van de energievoorziening en hergebruik van grondstoffen dienen overeind te blijven”, zegt Elphi Nelissen, voorzitter van SER-Brabant. Zij vraagt in het bijzonder aandacht voor de personeelsvoorziening. “Deze maatschappelijke transities vergen het uiterste van de regionale arbeidsmarkten. Er zullen niet alleen meer arbeidskrachten nodig zijn, maar er worden van medewerkers ook andere competenties vereist”. Er zijn diverse fondsen aanwezig om werknemers te om-, bij- en herscholen, zodat zij vitaal blijven voor de arbeidsmarkt. Maar in de praktijk is bundeling van fondsen niet altijd eenvoudig. Daarom roepen de regionale SER’en op om regionale pilots met het bundelen van fondsen en regelingen mogelijk te maken.

Wendbare en inclusieve arbeidsmarkt    

De regionale SER’en verwachten dat de krapte op (delen van) de arbeidsmarkt zal aanhouden, ondanks de huidige coronacrisis. Hooguit zal sprake zijn van een tijdelijke toename van de werkloosheid. Deze krapte is enerzijds een gevolg van de krimpende en ouder wordende beroepsbevolking en anderzijds van de extra vraag naar arbeidskrachten vanwege de grote maatschappelijke transities. Dit brengt extra uitdagingen voor zich mee voor dunbevolkte regio’s, waar (hoger opgeleide) jongeren wegtrekken naar de grote steden. “Alle zeilen zullen bijgezet dienen te worden om nieuwe groepen arbeidskrachten aan te boren en bestaande groepen te behouden, aldus Luit Ezinga. “Een belangrijke groep vormen de arbeidsmigranten, waarvan inmiddels duidelijk is dat er het nodige schort aan hun arbeidsvoorwaarden en aan hun huisvesting. Om als land of als regio aantrekkelijk te blijven voor de arbeidsmigranten zijn betere en meer uniforme basisvoorwaarden nodig voor deze groep”. Daarnaast wijzen de regionale SER’en op het belang van  grensarbeid. “Daar liggen ongetwijfeld goede mogelijkheden, maar het is wel nodig dat diverse barrières geslecht worden, zoals verschillen in sociale zekerheid en in fiscale wetgeving”. In het advies wordt er daarom voor gepleit dat Nederland meer met de buurlanden in overleg treedt om deze barrières te slechten.

Kwaliteit van leven

De uitdagingen op het gebied van “kwaliteit van leven” zijn vooral het behoud van een goed voorzieningenniveau, het realiseren van snelle (trein-)verbindingen tussen de Randstad en de regio’s en extra aandacht voor werklocaties. “Zeker in dunbevolkte gebieden is een goede bereikbaarheid van voorzieningen en van werklocaties van eminent belang, net als de verbindingen tussen steden en dorpen”, aldus Jouke van Dijk, voorzitter van SER Noord-Nederland. “Wij roepen het nieuwe Kabinet op om te investeren in snelle treinverbindingen tussen de Randstad en het Noorden (de Lelylijn) en tussen de Randstad en Zeeland alsmede in de frequente aansluiting via spoorboekloos rijden op steden als Breda en Zwolle”.

Goede en goed bereikbare voorzieningen vormen ook een onderdeel van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. “Zeker op het gebied van zorg en van basis- en voortgezet onderwijs”, zegt Jouke van Dijk. “Uitgangspunt voor de huidige landelijke bekostigingsregels is het streven naar concurrentie in zorg en onderwijs. De ervaring toont aan dat deze regels een goede zorg- en onderwijssector in de dunbevolkte gebieden ondergraven. Er zou juist meer ingezet dienen te worden op samenwerking van zorg- en onderwijsinstellingen.”

Betere regionale verdeling van brede welvaart

Om tot een meer gelijke verdeling van de brede welvaart te komen is extra geld van het Rijk nodig om in deze gebieden de brede welvaart te verhogen, zo schrijven de SER’en. Dit vergt een brede, integrale aanpak. Naast regionaal arbeidsmarktbeleid dient er geïnvesteerd te worden in zaken als gezondheid, leefbaarheid, laaggeletterdheid en armoedebeleid. Harry Webers: “Zo’n brede aanpak is nodig om een goed woon- en leefklimaat tot stand te brengen, waardoor (jonge) inwoners zich gebonden voelen aan de regio, waar zij zijn geboren en getogen. Ook worden deze gebieden daardoor aantrekkelijker voor inwoners van dichtbevolkte gebieden, die meer thuis kunnen en willen werken: een ontwikkeling die door de coronacrisis een boost heeft gekregen”.

Als afsluitend advies geven de SER’en mee om in enkele gebieden ervaring op te doen met een zo’n brede aanpak. Steeds meer vraagstukken op het vlak van economie, arbeidsmarkt, milieu, woningbouw, leefbaarheid spelen zich af in de regio. Elphi Nelissen: “Alleen door een integrale aanpak van deze vraagstukken en betrokkenheid van alle belanghebbenden zijn structurele oplossingen mogelijk. Dit vraagt om regionaal maatwerk”.

Commissieleden

Herman Bloupot

Algemeen secretaris

Aljona Wertheim

Secretaris SER Overijssel

Alwin Groen

Secretaris SER Brabant

Jan Bruurs

Secretaris SER Zeeland